Ik ben geprogrammeerd om eerst aan mijzelf te denken. Daar ben ik niet trots op. Dit gedrag wordt vaak gemaskeerd in een individualistische samenleving, zoals de samenleving waarin ik ben opgegroeid. Maar in een Ashram in India ligt de waarheid pal voor mijn neus.
Ikke, ikke, ikke
Bijvoorbeeld na de avondmeditatie moeten alle attributen weer worden opgeruimd. Iedereen helpt mee. De een rolt de matten op, de ander raapt de muziekbladen op. Mijn eerste, split-second gedachte is: “Eerst even mijn eigen spullen oprapen. De ander kan wel de gezamenlijke matten oprollen.”
Of tijdens mijn Karma Yoga shift wat inhoudt dat je een taak krijgt in de Ashram, zoals eten serveren of de wc’s schoonmaken, om onbaatzuchtig gedrag te stimuleren. Je geeft zonder iets terug te verwachten, waarbij de training ligt in de intentie van de handeling die je uitvoert. Mijn Karma Yoga was het avondeten uitserveren. Je schept ieders bordje op en wacht daarna of mensen meer willen, voordat je zelf een bordje opschept. Terwijl ik de tweede ronde uitserveer, betrap ik mezelf erop dat ik denk: “Blijft er nog wel genoeg eten over voor mij?”.
Nederig blijven is de kunst
Deze gedachtes komen, voordat ik mijzelf de kans geef om de situatie te bekijken en te handelen naar hoe ik het eigenlijk wil. Zo foutloos is mijn individualistische code geprogrammeerd. Niet met de intentie dat ik mijzelf verhef ten opzichte van de ander, maar wel het resultaat. Een seconde later ben ik mij hiervan bewust en schaam ik mij diep. Het is maar goed dat ik Karma Yoga beoefen hier. Ik ben niet beter dan een ander. Zelfs als ik de koningin van Nederland was geweest: je bent nooit te groot of te belangrijk om nederig te blijven. Dit is een gedragspatroon dat ik graag wil vervangen voor een betere.
Mijn mantra voor nu: I want to treat every person as best as I can, ook als diegene dit niet naar mij terugdoet.




